Logboek, 24 oktober 2026. De eerste koude week van het stookseizoen. De warmtepomp bleek meer te kunnen dan de COP-meting zei, het dak lag een kwart slag anders dan elk model aannam, de batterij mocht eindelijk diep, en de omvormer liep twintig minuten achter. Plus vier fouten van mijn kant, en wat ze opleverden.
Warmtepomp-COP te laag? Het lag aan het debiet
Op 20 oktober werd het voor het eerst echt koud: 3 graden in de nacht. De warmtepomp draaide de hele nacht en het dashboard gaf een COP van 2,8. Dat is laag voor een R290-machine bij die temperaturen, en ik vertrouwde het getal niet. De reden zat in de grafiek ernaast: de pomp in het buitendeel draaide vast op vol vermogen, 26 liter per minuut, met maar 2 graden verschil tussen aanvoer en retour. Bij zo’n klein verschil is een halve graad meetfout al een kwart van het vermogen. De COP was niet laag, hij was onmeetbaar.
In het installateursmenu van de LG zit een menu “Debiet regeling” met drie methodes. Drie dagen proberen gaf deze tabel:
| Instelling | Debiet | ΔT | COP verwarming | Starts per dag |
|---|---|---|---|---|
| Constant debiet, 100 % | 26 l/min | ~2 K | 2,8 (onbetrouwbaar) | 2–6 |
| Vaste ΔT, 5 K (laagste stand) | 7 l/min | 5 K | 4,0 | 16 |
| Pompcapaciteit, 50 % | 13 l/min | 3–4 K | 4,0–4,1 | 3–7 |
Met 5 graden verschil was de meting scherp, maar ging de compressor pendelen: zestien starts per dag. Het kleinste vermogen van de compressor geeft bij 7 liter per minuut al 5 à 6 graden, het water schiet over de stooklijn heen, en de LG stopt. De middenweg, 50 procent pompcapaciteit, geeft lange runs én een bruikbare meting. Eén valkuil kostte me een dag: het percentage in het submenu doet alleen iets als de besturingsmethode zelf ook op “Pompcapaciteit” staat. Stond die nog op “Constant debiet”, dan negeerde de LG de 50 procent en bleef het 26 liter.
Tussendoor bleek het cv-circuit nog niet goed ontlucht. Dat is gebeurd, de druk staat weer op 2 bar.
Hoeveel warmte vraagt het huis eigenlijk?
Het warmteverlies van het huis is het getal waar het thermische model van EMHASS straks op draait. Deze week ging dat alle kanten op: 84 W/K op twee zonnige dagen (de zon verwarmde mee), 187 W/K op een dag met de 2-gradenmeting (warmte overschat), en ik heb er zelf ook een keer 170 tot 200 van gemaakt door met een aangenomen COP terug te rekenen. Sinds de pomp op 13 liter staat, zegt de meting twee dagen achter elkaar 106 en 109 W/K. Dat is het eerste getal dat ik geloof. Bij min tien graden betekent het ruim 3 kW warmtevraag; de warmtepomp van 9 kW is daarvoor ruim, en dat is ook waarom hij in het tussenseizoen in zijn laagste stand blijft hangen en af en toe moet pendelen.
De afkoelmeting voor datzelfde model liep op een conflict vast dat ik zelf had gebouwd. Ze mat van middernacht tot vijf uur en eiste dat de verwarming sinds acht uur ’s avonds uit stond. Maar het prijsbewuste stoken zet de verwarming op koude nachten juist rond één uur aan, in de goedkoopste uren. Precies de nachten die het meest zeggen, waren dus nooit geldig. Nu meet een venster: zodra het donker is en het circuit drie uur uit staat (de vloer geeft na het stoken nog uren warmte af), loopt de meting tot de verwarming weer aanslaat. De eerste geldige meting kwam op 22 oktober binnen.
Boven te warm, beneden net genoeg
Het huis heeft één verwarmingscircuit: vloerverwarming beneden en radiatoren boven op hetzelfde water. De radiatoren geven sneller af, warmte stijgt, en boven werd het 21 graden terwijl beneden net 20 haalde. De thermostaat kijkt naar beneden en bleef dus doorstoken, ook voor een verdieping die al te warm was. De oude thermostaatknoppen boven staan nu op 2,5; boven blijft op 20. Voor de radiatoren boven liggen Danfoss Z-Wave-knoppen klaar, en de adapterringen voor de M30-ventielen zijn besteld. Dan kan boven later ook ’s nachts lager, los van beneden.
Prijsbewust stoken op een vlakke dag
De regel die bepaalt wanneer stroom “duur” is (15 procent boven het daggemiddelde) faalde op een dag zonder dal: gemiddeld 0,36, ochtend 0,40 tot 0,47. Alles zat net onder de grens, en de warmtepomp stookte de ochtendpiek door. Er is een tweede grens bijgekomen: de duurste 40 procent van de kwartieren van de komende 24 uur telt altijd als duur. Op een vlakke dag schuift het stoken zo toch naar de nacht en de middag.
De zon: een kwart slag gedraaid
Solcast is sinds vorige week de enige zonprognose; Open-Meteo is deze week overal uit de keten gehaald, en ook evcc krijgt de Solcast-prognose nu via Home Assistant, zonder extra API-aanroepen. Maar zelfs Solcast piekte elke dag een uur te laat. Het dakvlak stond in elk model op 205 graden, zuidwest. Op SunCalc bleek de zon op 21 oktober om 12:55 op 173 graden te staan, precies het moment waarop mijn panelen hun maximum gaven. De panelen kijken dus vrijwel pal zuid. Die 205 graden is nooit gemeten; hij stond er gewoon.
De batterij mag dieper, en mag weer arbitreren
Twee instellingen hielden de batterij te voorzichtig. De eerste was de bodem van 20 procent. Het datasheet van de Dyness STACK100 noemt 95 procent ontlaaddiepte en minstens 8.000 cycli bij die diepte. Het venster is nu 10 tot 95 procent, met een zachte reserve op 15. Dat is 3 kWh per dag extra.
De tweede was de slijtagekost die EMHASS per kWh rekent: 6 cent. Daardoor was nachtladen voor 0,24 en gebruiken in de piek van 0,46 net niet de moeite. Netjes doorgerekend: 5.300 euro gedeeld door 8.000 cycli van 30,72 kWh bij 95 procent diepte is 2,3 cent per kWh. Met die waarde laadt de batterij in het middagdal voor de avond, en dekte ze vrijdagavond de hele piek, van 50 naar 15 procent.
Wat de batterij niet doet, is veel verdienen. Over de maand is het zo’n 16 euro, 65 cent per dag. Tot eind 2026 geldt saldering, en dan levert zonnestroom opslaan weinig op; de winst zit alleen in het verschil tussen dal en piek, en dat was deze maand klein. In 2027 verandert dat.
De omvormer liep twintig minuten achter
Een grafiek met dagtotalen gaf op een ochtend 68 kWh verbruik, terwijl het huis er 6 had gebruikt. De dagtellers van de Deye bleken pas om 00:20 te resetten: zonder wifi-stick loopt de klok van de omvormer vrij, en hij liep twintig minuten achter. De grafiek nam per dag het maximum, en in die twintig minuten stond “vandaag” nog op het totaal van gisteren. De grafiek kijkt nu naar de laatste waarde, en Home Assistant zet de klok van de omvormer elke nacht gelijk, via dezelfde automatisering die als enige naar de Deye schrijft. Precies op tijd: morgen gaat de wintertijd in, en zonder stick was de Deye niet meegegaan.
Zelfvoorzienend, maar zonder de auto
Nieuw op het dashboard: zelfvoorziening (welk deel van het verbruik niet van het net kwam) en zelfconsumptie (welk deel van de zon zelf is gebruikt), per dag, week, maand en jaar. Daarbij kwam een aanname onderuit. Ik dacht dat de auto vóór de omvormer laadde en dus vanzelf buiten de huiscijfers viel. Op 22 oktober laadde hij ’s nachts 40 kWh, en die stonden gewoon in het dagverbruik van de Deye. De laadpaal hangt achter de meting. Omdat de auto via de zaak loopt, trekt Home Assistant zijn energie nu expliciet af van verbruik, kosten en zelfvoorziening.
Vier eigen fouten
- Een weggevallen regel. Bij het opruimen van de Open-Meteo-meetlus verdween de kop van één blok, en Home Assistant weigerde daardoor het hele analysepakket. Een dag lang geen enkele meting.
- De auto. Zie hierboven: aangenomen in plaats van gecontroleerd.
- Het warmteverlies. Een getal uitgerekend met een aangenomen COP, terwijl de meting zelf nog niet deugde.
- Het teken van de azimut. Solcast telt anders dan een kompas (oost is negatief); de eerste waarde wees de verkeerde kant op. Een tweede controle ving het.
Wat de vier gemeen hebben: telkens een aanname waar een meting had moeten staan. Voor elk ervan staat er nu een controle: twee sjablonen die met één keer plakken de hele zonketen en de dagtellers van de omvormer nalopen, en een systeemcheck voor de rest.
Stand van zaken
De warmtepomp draait met een COP van rond de 4, in lange runs, op de goedkope uren, en kost op een dag van 10 graden zo’n 2 euro aan stroom. De batterij gebruikt haar volle venster en laadt in dalen voor pieken. De zonprognose ligt op de werkelijkheid. De kalibratie voor het thermische model loopt: één van de zeven nachten, twee van de vijf stookdagen, met een warmteverlies dat eindelijk stilstaat.
Volgende stappen: de Danfoss-knoppen boven, en zodra de kalibratie rond is EMHASS de verwarming laten plannen, zodat de run op een zonnige dag vanzelf naar de middag schuift. Rond 20 november is er genoeg historie om de lastprognose te kalibreren. Tot die tijd: meten.
Veelgestelde vragen
Waarom geeft mijn warmtepomp een lage COP?
Kijk eerst naar het debiet en het verschil tussen aanvoer en retour. Bij een hoog debiet en een ΔT van maar 2 graden is een halve graad meetfout al een kwart van het berekende vermogen. Dan zegt de COP vooral iets over je meting, niet over je warmtepomp. Bij mij ging de COP van 2,8 naar rond de 4 door alleen het debiet te verlagen.
Waarom gaat mijn warmtepomp pendelen bij een laag debiet?
Bij een laag debiet warmt het water in de laagste compressorstand sneller op dan het huis vraagt. Het schiet over de stooklijn heen en de warmtepomp stopt, om even later weer te starten. Een debiet in het midden (bij mij 13 liter per minuut, 3 à 4 graden ΔT) gaf lange runs én een bruikbare meting. Laat zulke instellingen bij twijfel aan je installateur.
Alle logboeken op een rij: Logboek. Alle incidenten en lessen: Lessen uit de praktijk. Meer over de LG en hoe ik hem uitlees: Warmtepomp via Modbus. Hoe ik de COP meet: Meten en kalibreren.
Gratis gids: Klaar voor 2027
De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. In elf pagina’s: wat het jou kost, vijf manieren om meer zonnestroom zelf te gebruiken, een checklist en een beslisboom.
Dit werkt in mijn situatie: een LG Therma V R290 van 9 kW met één circuit voor vloerverwarming en radiatoren, een Deye-omvormer met een Dyness-batterij, en kwartierprijzen. Debiet en installateursmenu verschillen per model en installatie; werk aan het cv-circuit laat je bij twijfel over aan je installateur. Controleer het tegen je eigen documentatie. Stand: oktober 2026.





Geef een reactie